Op 23 oktober 1947 kondigde Nelson A. Rockefeller, President van het Museum of Modern Art in New York, tijdens een diner in Manhattan een internationale competitie voor Low-Cost Furniture Design aan.

Eames stoelen: Kwaliteit meets kwantiteit

Er werd die avond door enkele aanwezigen bezorgdheid geuit over het feit dat overheden en industrieën zich alleen richtten op het probleem omtrent betaalbare woningen, terwijl er vrijwel geen aandacht werd besteed aan “het ontwerp en de productie van goed, goedkoop en aantrekkelijk meubilair.” De aankondiging voor de competitie onderstreepte de toenemende behoefte aan goed ontworpen, redelijk geprijsde meubelstukken voor de massa: meubilair dat gemakkelijk verplaatst en onderhouden kon worden, en zo aan de eisen van een moderne levensstijl kon voldoen.De ontwerpers die deelnamen aan de competitie werden aangemoedigd om nieuwe materialen, gereedschappen en productiemethodes te gebruiken. Het doel was het ontwerpen van kwalitatief goede, betaalbare meubelstukken voor moderne huishoudens.

De prototypes die Eames de winnaar van de Low-Cost Furniture Competition hebben gemaakt

De prototypes die Eames de winnaar van de Low-Cost Furniture Competition hebben gemaakt

Het hoogtepunt van de competitie zou resulteren in de tentoonstelling in het Museum of Modern Art. Er waren vele prijzen te winnen, met een totale waarde van zo’n 50.000 dollar. De competitie liep van 5 januari tot 31 oktober 1948. Gedurende die tijd werden er bijna 3.000 inzendingen ontvangen.

Op 18 januari 1949 werden de winnaars van de International Low-Cost Furniture Competition bekend gemaakt. Charles en Ray Eames wonnen de tweede prijs met hun inzending en kregen een eervolle vermelding. Hun inzending was een stoel met een zeer inventieve basis, die ervoor zorgde dat de stoel in vele verschillende omgevingen gebruikt kon worden. De selectie van de juiste basis zorgde dat de stoel naadloos aansloot aan de behoeftes van de consument.

Verbeteringen

In zijn streven om hun ontwerpen te verbeteren, ging Charles op zoek naar een andere productiemethode voor zijn nu prijswinnende ontwerp. De zitkuip van die eerste stoel was gemaakt van gegoten staal, een vrij kostbare productiemethode in die tijd. Daar kwam nog bij dat de staal gegoten stoelen de neiging hadden om na een aantal jaar te gaan roesten. Bovendien waren ze zeer koud. Om het comfort van de consument te verzekeren moest er een coating van neopreen worden toegevoegd. Dit alles zorgde voor een behoorlijke toename in de productiekosten van de Eames DAW stoel.

Charles Eames bezocht de workshop van John Wills, een botenbouwer die in 1947 een techniek had ontwikkeld om glasvezel te behandelen op kamertemperatuur, waardoor er geen hitte en druk meer nodig was in het proces. Eames vroeg Wills om een prototype te maken van de zitkuip, met behulp van zijn meegebrachte mockup. Wills maakte twee prototypes voor 25 dollar per stuk. De zitkuipen die uiteindelijk in productie werden genomen zijn identiek in vorm en dimensie.

Eindresultaat  Eames DAW

Zo werd de prijswinnende stoel van Charles en Ray Eames geschikt gemaakt voor de massaproductie. De Eames DAW was de eerste plastic stoel die werd geproduceerd voor massaconsumptie.

De huidige modellen zien er exact hetzelfde uit als de originele uitvoeringen van de Eames DAW stoel. Er wordt tegenwoordig echter wel ander materiaal gebruikt voor de zitkuip. Deze wordt nu gemaakt van een high-impact plastic, dat beter is voor het milieu. De stoelen zijn er dus in feite alleen maar beter op geworden!